Ja, we blijven hopen

22 februari, 2022

 Hans van Zanten | Leestijd: minuten

Hoop houden in Oekraine

 

Foto van Robert Anansch/Moederland Standbeeld in Kiev/Oekraïne  

Ja, we kunnen hoop blijven houden  

De spanningen in de wereld nemen toe. Oligarchen vinden elkaar in het beschermen van hun rijkdom en macht. De grootmachten in de wereld bestoken elkaar tot op het randje van oorlog. Beangstigend. Toch moeten we hoop houden en blijven geloven in een betere wereld. Wat kan ons daarbij helpen?


In deze blog eerst een hoopgevend artikel van Joan Halifax. Daarna een korte inleiding over de betekenis in Tibet van Tara, de redster, met een link naar drie Tara-mantra's om te mediteren, gezongen door Sarva Antah.


Joan Halifax

Zenmeester Joan Halifax reflecteert op het idee “wijze hoop” en waarom we ons daarvoor zouden moeten openstellen.


Een groot deel van mijn leven heb ik doorgebracht in situaties die als hopeloos kunnen worden beschouwd - als anti-oorlogsactivist, een burgerrechtenwerker, een verzorger van stervende mensen.


Ik heb ook vrijwilligerswerk gedaan met terdoodveroordeelden, gediend in medische klinieken in afgelegen gebieden van de Himalaya - waar het leven moeilijk is, voedsel schaars is en de toegang tot gezondheidszorg nihil is - en in Kathmandu gewerkt met Rohingya-vluchtelingen die nergens een status hebben.


Lijden aan Hoop

Je vraagt je misschien af, waarom moeite doen? Waarom hoop houden op het beëindigen van oorlog of onrecht? Waarom hoop voor mensen die sterven, of voor vluchtelingen die vluchten voor genocide, of voor oplossingen voor klimaatverandering?


Ik heb me vaak zorgen gemaakt over het idee van hoop. Maar onlangs, deels vanwege het werk van maatschappijcriticus Rebecca Solnit en haar krachtige boek Hope in the Dark, open ik me voor een andere kijk op hoop - wat ik wijze hoop noem.


Als boeddhisten weten we dat gewone hoop gebaseerd is op verlangen, het willen van een uitkomst die heel goed anders zou kunnen zijn dan wat er daadwerkelijk zal gebeuren. Niet krijgen waar we op hoopten wordt meestal ervaren als een soort ongeluk. Iemand die op deze manier hoopvol is, heeft een verwachting die altijd op de achtergrond zweeft, de schaduw van angst dat iemands wensen niet zullen worden vervuld. Deze gewone hoop is een subtiele uiting van angst en een vorm van lijden.


De ruimte van Wijze Hoop

Wijze hoop betekent niet dat je deze realiteiten ontkent. Het betekent dat je ze onder ogen moet zien. Wijze hoop is de dingen niet onrealistisch zien, maar eerder de dingen zien zoals ze zijn, inclusief de waarheid van het lijden – zowel het bestaan ervan als ons vermogen om het te transformeren.


Dikwijls pas wanneer we ons realiseren dat we niet weten wat er zal gebeuren, komt dit soort hoop tot leven; in die ruimtelijkheid van onzekerheid is juist de ruimte die we nodig hebben om te handelen.


Te vaak raken we verlamd door de overtuiging dat er niets is om op te hopen - dat onze kankerdiagnose eenrichtingsverkeer is zonder uitgang, dat onze politieke situatie onherstelbaar is, dat er geen uitweg is uit onze klimaatcrisis. Het wordt gemakkelijk om te denken dat niets meer zin heeft, of dat we geen macht hebben en er geen reden is om te handelen.


De realiteit onder ogen zien

Ik zeg vaak dat er maar twee woorden boven de deur van onze tempel in Santa Fe moeten staan: Kom opdagen! Ja, lijden is aanwezig. We kunnen het niet ontkennen. Er zijn vandaag 65,3 miljoen vluchtelingen in de wereld. Slechts elf landen zijn vrij van conflicten. Klimaatverandering verandert bossen in woestijnen. Economisch onrecht drijft mensen in steeds grotere armoede. Racisme en seksisme tieren welig.


Begrijp me goed, verstandige hoop betekent niet dat je deze realiteiten ontkent. Het betekent hen onder ogen zien, hen aanspreken en onthouden wat er nog meer aanwezig is, zoals de verschuivingen in onze waarden die ons herkennen en bewegen om het lijden nu aan te pakken. "Vind geen fout in het heden", zegt zenmeester Keizan. Hij nodigt ons uit om het te zien, niet om het te ontvluchten!


Hoop die vrij is van verlangen

De Tsjechische staatsman Václav Havel zei: "Hoop is zeker niet hetzelfde als optimisme. Het is niet de overtuiging dat iets goed zal komen, maar de zekerheid dat iets zinvol is, hoe het ook uitpakt."


We kunnen het niet weten, maar we kunnen erop vertrouwen dat er beweging zal zijn, dat er verandering zal zijn. En dat we er deel van zullen uitmaken. We gaan door met ons werk en laten onze stem horen. We zitten aan het bed van een stervende patiënt, of geven les aan groep acht.


Als boeddhisten delen we een gemeenschappelijk streven om uit het lijden te ontwaken; voor velen van ons is dit streven geen "klein zelf" verbeteringsprogramma.


De bodhisattva-geloften in het hart van de Mahayana-traditie zijn, als er niets anders is, een krachtige uitdrukking van radicale en wijze hoop – een onvoorwaardelijke hoop die vrij is van verlangen.


Dostojevski zei: "Leven zonder hoop is ophouden te leven." Zijn woorden herinneren ons eraan dat apathie geen verlicht pad is. We zijn geroepen om met mogelijkheden te leven, goed wetende dat vergankelijkheid de overhand heeft. Dus waarom niet gewoon komen opdagen?


Tara, Godin van de hoop

Zoals haar naam, die vertaald kan worden als 'Verlosser' of 'Redster', suggereert, werd Tārā vereerd als een godheid die snel reageert op de behoeften van allen in het licht van wereldse en geestelijke gevaren. En ja, Tārā wordt nog steeds vaak voor dit doel aangeroepen door Tibetaanse boeddhisten, zowel leken als kloosterlingen.


Geschiedenis van Tara-devotie

Hoewel geleerden verschillende theorieën presenteren over de mogelijke oorsprong van Tārā-aanbidding, zijn ze het erover eens dat de aanbidding van de godin in India vanaf de zesde eeuw gestaag in populariteit toenam. Of het nu in vroege beschrijvingen van de godin is – zoals in de fresco's van de Ajanta- en Ellora-grotten – of in haar latere oorsprongsverhalen, Tārā wordt altijd afgebeeld als Avalokiteśvara's metgezel.


Tibetaanse geschiedenissen vertellen hoe de godheid Tārā al in de zevende eeuw in Tibet werd geïntroduceerd via een sandelhouten beeld dat door de Nepalese prinses Bhṛkutī werd meegebracht als bruidsschat voor haar toekomstige echtgenoot, koning Songtsen Gampo. Hoewel een paar teksten gewijd aan Tārā in de volgende eeuwen werden vertaald, kreeg de aanbidding van Tārā pas vaste voet aan de grond in Tibet in de elfde eeuw, toen het actief werd gepromoot door Atiśa (982-1054).


Hulde aan de edele vrouwe Tārā!

Drie verzen uit een commentaar op de lofprijzing aan Tārā door Jetsün Drakpa Gyaltsen. In zijn geheel bevat dit gedicht 21 verzen.


Hulde aan haar, wiens linkerduim en ringvinger sierlijk een lotusbloem in haar hart houden. Haar drie andere vingers zijn uitgestrekt om de mudrā van de Drie Juwelen te symboliseren of weer te geven. Haar rechterhand wordt uitgestrekt in de mudrā van opperste vrijgevigheid en de palm wordt opgeluisterd door een wiel dat alle richtingen siert. Licht stroomt uit dit wiel, in een oogverblindende uitstraling die iedereen overweldigt. (9)


Hulde aan haar, die de wensen van alle voelende wezens met opperste vreugde vervult. Zij wordt verfraaid door een stralende, met juwelen versierde slinger die haar hoofd bekroont met een pracht die alle anderen overtreft. Glimlachend en lachend met het geluid van de mantra tuttāre, is het door het lachen van deze mantra dat zij demonen en de wereld onder controle brengt. (10)


Hulde aan de goudblauw gekleurde vrouwe, schijnend als het licht dat weerkaatst wordt op geciseleerd goud. Een lotus wordt in haar linkerhand gehouden; zij is versierd met het symbolische werktuig, een in water geboren lotusbloem. Door de beoefening van de zes perfecties:

  1. de perfectie van vrijgevigheid;
  2. de perfectie van ijver;
  3. de perfectie van volharding;
  4. de perfectie van sereniteit (of tot rust brengen van kwellingen);
  5. de perfectie van geduld;
  6. de perfectie van meditatie.

Door de perfectie van wijsheid te belichamen, bereikte zij de vorm van de godin Tārā. Dit wordt geïllustreerd door haar embleem, de utpala bloem.


Door op elk van de zes perfecties te mediteren, eventueel met behulp van de mantra, ontwikkel je gestadig de innerlijke wijsheid die vrij en veerkrachtig maakt.

Hieronder in de groene balk de link naar de mantra songs.
De tekst is steeds: Om Tara Tuttare Ture Soha

Tuttare Ture Soha betekent in Tibet: 

"Voor u, belichaming van alle acties van de Boeddha's, kniel ik altijd - of ik nu in gelukkige of ongelukkige omstandigheden ben - met mijn lichaam, spraak en geest." Het laatste woord Soha betekent het bevestigen van de essentie van het pad in je hart. Kortom: wijze hoop!

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}

Over de schrijver: 

Hans van Zanten

Hans is een zoeker, een spiritual warrior. Niet te beroerd om heilige huisjes ter discussie te stellen. Wars van elke autoriteit wil hij zelf ook geen autoriteit zijn en al helemaal geen volgelingen hebben.

Als begeleider stelt hij graag ongedachte doelen met je. Die zijn er om richting te vinden, niet om je te dwingen.

Hij is een vrije geest, leeft sinds 1981 met Anne-Marie. Samen hebben ze twee kinderen en vier kleinkinderen. Zijn professionele leven lees je op www.linkedin.com/in/hansuitdoorwerth

Zo nu en dan een wake-up mail? Dat kan!

ZenZin
>